GTM-NPSWC72 google48f7cec807687bc9.html

Jeugdland

Gisteren was het zaterdag en het moment dat we via een internationale studentenorganisatie de ‘ghetto’ in gingen. South West Town, beter bekend als Soweto. Zo’n beetje de grootste sloppenbuurt die er op de wereld te vinden is, waar twee tot vier miljoen mensen in hutjes bij elkaar op een houtje zitten te bijten en op elke straathoek een lijk ligt. Hier ga je dood. Althans, dat is wat veel Zuid-Afrikaanse blanken denken. Bleek niet helemaal waar te zijn. Ik leef nog steeds en ik heb geen lijk gezien. Er stonden ‘gewone’ huizen, maar ook een hoop hutjes. Naar die hutjes gingen wij. We reden met een groep van zo’n twintig studenten naar het Sky-centrum in de wijk Kliptown.

Het Sky-centrum is een gebouwtje waaruit door de gemeenschap van Kliptown welzijnswerk wordt gedaan, met name voor kinderen. De dag heette de Childrens Charity Day, wat betekende dat wij met kinderen gingen spelen om ze en leuke dag te bezorgen. Eigenlijk kwamen we natuurlijk aapjes kijken... Twintig blanken stappen uit twee minibusjes en kijken een beetje onwetend om zich heen. Wat moet je denken, wat moet je doen, als je hier ineens in een smerige versie van jeugdland komt te staan en je ‘leuk’ moet doen met kinderen om ze een fijne dag te bezorgen. Wat denken we wel niet! We zijn gewoon een stelletje ramptoeristen.. Foto’s makend van andermans ellende en niet wetend hoe jezelf een houding te geven. We hebben een vlugge meet-and-greet met ‘Mamma Eva’ een soort Zuid-Afrikaanse versie van moeder Theresa en krijgen daarna een rondleiding door de buurt waar we hand in hand met kansarme kindjes doorheen lopen. Eerst nogal verlegen en ongemakkelijk. Bij aankomst bij het centrum al wat losser en dan, laat ik mijn (logische) schuldgevoelens maar varen en probeer het gezellig te hebben met de kindjes in Afrika. En het wordt gezellig, zelfs zo gezellig dat het er steeds meer worden. Ze lachen, en roepen en willen allemaal je hand vasthouden en op je nek zitten. Er wordt gegeten met de kinderen en nog wat meer geravot. Dan is er een voorstelling, kinderen zingen en kinderen dansen. En dansen kunnen ze! Het is gaaf, het is leuk. Dat die kindjes onder het stof zitten, dat ze stinken en hier en daar wat wondjes en eczeem wordt even niet gezien en/of geroken. De zon schijnt en er wordt gelachen. Totdat het moment van gaan aanbreekt en we door hordes kindjes worden uitgezwaaid.

We rijden naar een ander deel van Soweto. Komen langs een mooi park en rijtjeshuizen. Stoppen bij een parkeerplaats waar ‘het’ te doen is. Een berg vlees, een hoop drank en een braai is alles wat je nodig hebt. Hier komt hip Soweto met de auto bijeen om te feesten. De mensen zijn aardig en het vlees is heerlijk. Dan gaan we weer naar huis, naar ‘ons’ Pretoria.

Een interessante dag. Een leuke dag. Maar toch heb ik een beetje het gevoel enkel veel gezien te hebben, niet ervaren. Het beeld van een hechte zorgzame gemeenschap met lachende en spelende kinderen zit op het netvlies. Maar hoeveel van die kindjes hebben geen ouders meer? Hebben aan dagga en drank verslaafde ouders? Hoeveel van hen leven er zelf over een paar jaar waarschijnlijk niet meer? Het achtergrondverhaal is waarschijnlijk een stuk interessanter, helaas. [if !supportLineBreakNewLine] [endif]

Verhalen